donderdag 4 november 2010

Dag 3-4: Chamje - Baghardchap - Chame




Pepe kribbelt onder lichte dwang een tekstje op papier en meme zal het nu in sneltempo uittypen. Djeez, wat een stress...
Omdat we niet meer in de grotere guesthouses overnachten, en dus niet om 6u gewekt worden door een groep, kunnen we wat langer snoozen. Tijdens ons lekker ontbijt trekken al verschillende groepen voorbij. Dat is het enige minpunt aan deze tocht. We missen het echte trekkinggevoel zoals in de Cevennes of Noorwegen. Het pad is eigenlijk een lange uitgerekte karavaan van trekkers en hun dragers. Tegen de middag arriveren we in Tal, gelegen in een prachtige vallei. We lunchen in een supergezellig tuin-restaurantje. Alles wordt vers bereid en de gerechtjes komen een voor een. Het duurt dus wel eventjes voor we weer op pad zijn, maar we hebben tijd. In de namiddag klimmen we tot over de 2000 m. Onderweg twijfelen we of we wel tot Bagardchap wullen geraken want het is al 4u en om half 6 is het donker. Weer stress.... We zetten toch door omdat we volgens het boekje beloond zullen worden met een blik op de eerste spectaculaire bergen. We vinden een heel gezellig guesthouse waar we in de keuken aan het houtvuur nog wat nakaarten met een kranig Canadees vrouwtje van rond de 60. Meme is niet meer alleen...
 De nachten worden stilaan frisser, zeker in een tochtige kamer met spleten in de houten wanden. We vertrekken weer rond 9u in het zog van een paar groepen. De lucht is helder blauw en de zon brandt maar het is gelukkig al minder heet. Onderweg lopen we door pittoreske dorpjes met gebedsmolentjes en gompas. We lunchen op een dakterras met een prachtig zicht op de bergen.
We prijzen ons gelukkig dat we vegetarisch eten want onderweg aanschouwen we een nogal bloederig schouwspel waarbij men een of ander beest in stukken kapt en sorteert op een plastieken zeil. Voor de yak curry allicht. In de late namiddag bereiken we Chame. s Avonds bedenken we ons in het restaurant dat alles wat we rondom ons zien hier te voet naar boven is gebracht...
En nu zetten we koers richting Pisang waar we hopelijk op de upper route de groepen zullen kunnen afschudden. Al zullen we dan onze vele gidsen kwijt zijn en met ons orientatiegevoel...
We zien wel.

woensdag 3 november 2010

Van Besi Sahar naar Chamje


We nemen een gammele lokal bus van Besi Sahar naar Bulbule. De weg ligt keislecht en de bus kruipt langs een diep ravijn de rotsen op. Af en toe helt het gevaarte zwaar over, ocharme de passagiers op het dak. We hadden beter gestapt. In Bulbule registreren we ons en vol moed stappen we het Annapurna Circuit op. We starten rond de 1000 m, nog 4500 te gaan. Het weer is redelijk bewolkt en de lokalen kunnen maar niet begrijpen dat we zonder dragers en gids op pad gaan. In het eerste dorp op onze weg laten we ons al door de eerste de beste overtuigen om op een terras te gaan zitten. Nog geen uur aan het stappen en meme en pepe zitten al aan de apero, een colaatje. Op die manier zullen we onze 3 weken dik nodig hebben. Een kwartier later probeert een meisje van 10 ons te overhalen daar te overnachten. Ze smeekt met de handjes samen, please, take a room. We maken van ons hart een steen en stappen verder. keizielig om te zien hoe veel van de lodges leeg staan.
In de namiddag volgen we een steil pad tot Bahundanda. Het is heet, meme is oververhit en we vervloeken de fleecen truien, donsjassen skihandschoenen in de rugzak. We stoppen aan een leuk hotelletje, maar het toilet is vies en tot overmaat van ramp zit er een groep luidruchtige Fransen die de Nepalezen steevast in mooie franse volzinnen aanspreken. Geen namaste of hello, maar bonjour onderweg. We raken aan de praat met een van de dragers. De mannen zeulen ongeveer 35 kg de berg op. Hij heeft al 10 jaar gewerkt in Saoudie-Arabie en de hitte en zware omstandigheden daar, zijn nog beter dan een trekking in Nepal. De relativiteit van alles. De volgende dag is opnieuw heel warm en meme is in geen tijd oververhit. In Jagat trakteren we onszelf op een warme citroensap met gember en honing. Vlak voor onze eindbestemming van vandaag krijgen we het gezelschap van een niet-gids die ons meetroont naar het dorp. Onderweg  nog discussie met lief madammeke dat ons ook een kamer aanprijst. We laten het lot beslissen en volgen de jongen. Het hotelletje is kei charmant. Enige minpunt was de ijskoude douche. Voor meme althans want pepe kon er niet onder blijven staan door het warme water.
Ondertussen zijn we alweer 2 dagen verder en zitten op bijna 3000 meter, maar internet tikt hier aan a rato van 20 rupees per minuut. We kunnen dan wel rap typen... maar het is een dure grap. Meer nieuws en fotos dus voor een volgende keer.

zaterdag 30 oktober 2010

Met het openbaar vervoer naar Besi Sahar


Om klokslag 8u arriveren we aan het busstation, klaar voor een rit van een kleine 6 uur... die uiteindelijk 9 uur  zal duren.
Het decor is - lichtjes uitgedrukt - nogal verwarrend. Tientallen bussen, mensen, winkeltjes... Nog voor we goed en wel de taxi uitstappen, komt er al een horde behulpvaardige Nepalezen aangesneld. Ze graaien het ticket uit onze handen en wijzen in alle richtingen. Na wat over-en-weer gebrabbel vinden we eindelijk loket 33 en kunnen we zelfs zonder al te veel problemen onze bus localiseren. Het is een tata-model, weggeplukt uit een modale derde wereld reportage: kleurrijk, langs alle kanten geblutst, schreeuwerige opschriften en compleet volgestouwd. Het verontrust ons enigszins dat ze onder het gevaarte zitten te sleutelen, maar bon... Na een half uur blijkt onze vrees gegrond, want out of the blue wordt beslist dat we met een andere bus gaan. Een andere bus tot daar aan toe, maar het overladen van alle bagage ... Soit, rond 9 uur denderen we Kathmandu uit. Het is te zeggen, doen we een poging tot, want er lijkt maar geen einde te komen aan de stad en het eindeloze getoeter en gelaveer tussen de mensenzee en de motorrijders. En zeggen dat het vandaag een feestdag is ?

We tuffen gestaag richting Besi Sahar en vergeleken met de Indische rijstijl, is onze Nepalese chauffeur te catalogeren als matig voorzichtig. De weg die op de kaart redelijk recht leek, slingert zich in werkelijkheid tussen de heuvels rond Kathmandu. Het uitzicht is prachtig. Glooiende hellingen, groene rijstvelden, kleurrijke huisjes, spelende kinderen. Maar mooie liedjes duren niet lang en een tweetal uur later staan we plots stil. Commotie alom. Veel onverstaanbaar gebrabbel en loeiende sirenes... blijkbaar is iets verderop een ongeval gebeurd. En de wegen zijn niet van die aard om eventjes rechtsomkeer te maken: er is namelijk maar 1 weg. Het is heet in de bus en het lange wachten is niet bevorderlijk voor de kleine blaas van meme. Twee uur later kunnen we eindelijk terug vertrekken. Onze vreugde is echter van korte duur, want de chauffeur heeft zich steevast voorgenomen de verloren tijd in te halen en vliegt als een bezetene de berg op en af. Pepe is er redelijk gerust in, het debacle in India in gedachten, maar meme zit toch met de bagger.
Het landschap schuift voorbij en de eerste pieken van de Himalaya doemen op. Het beeld is prachtig en lijkt een levensechte puzzel : groene voorgrond, prachtige besneeuwde toppen, helblauwe lucht. Duizenden stukjes waar je niet op uitgekeken raakt.
Een kleine 12 kilometer voor de eindbestemming, worden we plots uit de bus gezet. 'Other bus, change bus'. We proppen ons met pak en zak in een overvolle lokale bus, geiten in het wandelpad inclusief. De enige plek voor de rugzak is binnen sproeibereik van de geiten...
Maar eind goed al goed. We komen heelhuids en vooral droog aan in Besi Sahar, kunnen er een kamertje op de kop tikken voor 200 rupees (is 2 eur), eten ons te pletter voor 5 eur, nemen een ijskoude douche (yes yes, hot water, many hot water, two times, ...) en kruipen er subiet es vroeg in om morgen eindelijk op stap te gaan.

vrijdag 29 oktober 2010

Dwalen in Kathmandu




Na een verkwikkende nachtrust is meme helemaal klaar om aan de dag te beginnen. Pepe ligt nog in dromenland, maar tegen half 10 vindt meme het welletjes. Korte pijn om het tijdverschil te overbruggen is de beste remedie. 
We nemen een lekker nepalees ontbijt met vers fruit, een aardappelcurry en een soort gepofte broodjes en trekken dan de stad in. Eerst en vooral willen we een bus reserveren die ons zaterdag richting himalaya moet brengen. De vriendelijke man in het hotel die ons de eerste dag een gids, dragers, geleide tochten en nog meer moois wou aansmeren, is een pak minder hulpvaardig nu blijkt dat we de tocht op eigen houtje willen doen. Dan maar het eerste het beste reisbureau binnengestapt om een ticket te boeken. Pepe vraagt zich af of ons Nepali nu echt zo slecht is, want het meisje kan de eindbestemming maar niet begrijpen en biedt aan om haar baas te bellen. Ze lijkt ook niet zo zeker over het vertrekpunt van de bus.... We weten nochtans uit goede bron dat er bussen rechtstreeks naar Besi Sahar rijden (ze doen ongeveer 6u over de 137 km, dat belooft...). In het volgende reisbureautje hebben we meer geluk.
Nu nog geld afhalen en we zijn er helemaal klaar voor. Al lijkt ook dat niet zo simpel. Vier machines verder en een kaart die ofwel geweigerd wordt, ofwel vreemde foutboodschappen geeft, vragen we uitleg in de bank zelf. Geld afhalen aan het loket is onmogelijk, aan de machines maximum 10 000 rupees, het equivalent van 100 EUR. Enige oplossing is dus de transactie een paar keer na mekaar uitvoeren. We lijken wel 2 gokverslaafden aan een jackpot, maar stappen uiteindelijk met ettelijke duizenden rupees de straat op. Een nogal vreemde gewaarwording tussen de talloze venters, dragers en riksharijders die voor een habbekrats hun curry proberen te verdienen. 
De rest van de dag staat in het teken van sightseeing. We halen onze lonely planet bijbel boven, lezen de uitleg over de vele gompas en tempels die de straten versieren, vergeten deze uitleg uiteraard onmiddellijk, slagen er ook in om na 2 straten de weg te verliezen in het voorgeschreven parcours en laten ons uiteindelijk gewoon meedrijven met de sfeer en de stroom. De straatjes zijn smal maar minder verstikkend dan Delhi. Ook de bedelaars en verkopers zijn minder vasthoudend. Many more en many colours is hier vooral van toepassing op de busladingen vol trekking-nepkledij: the north face, mammut, goretex enz.  De gemiddelde nepalees is dan weer fan van armani en dolce and gabana. Het enige echt hatelijke zijn de honderden motorrijders. Smerige uitlaatgassen verpesten de lucht, de vehicles zoeven toeterend door de straten en wanen zich oppermachtig. Gelukkig is het droogseizoen, want de enige veilige plek op straat is de aflopende zijkant, lees... de riool.
Na een korte aanvaring met een niet-heilige die een rode bol op ons voorhoofd plant en daar per kerende geld voor wil, zoeken we onze toevlucht op een zalig dakterras. Zicht op de witte toppen, een koele everest-pint, de lekkere geuren en mooie kleuren van Azie. Straks zakken we nog even af naar een Thais restaurant. Pepe heeft al vol nostalgie een paar gerechten in gedachten. En dan bed in om te dromen van de Annapurna... nog 1 keertje slapen.
PS de pc in ons guesthouse is zo mogelijk nog ouder dan de prepaid taxi en strubbelt tegen bij het uploaden van de fotos. Pepe krijgt het op zijn heupen en gaat eerst voor de Thai. Fotos volgen dus later .. ooit eens (hopen we).
Ondertussen zijn we een paar uur later (het is hier overigens 3u45 min later dan in Belgie) en we hebben een high tech internet cafe gevonden. De Thai werd een niet-thai, maar de Tibetaanse momos waren ook wel superlekker. 

Brussel - Kathmandu

Na lang aftellen is het eindelijk zover .. vroeg uit de veren om te vertrekken naar Nepal. We geraken zonder al te veel problemen op tijd in Zaventem waar we deze keer voor de verandering eens niet verloren lopen (de stroom volgen heeft af en toe zijn voordelen). De vlucht richting Milaan vertrekt op tijd maar nogal schokkerig. Veel wordt duidelijk wanneer blijkt dat gezagvoerder een vrouw is (allicht de handrem vergeten afzetten of zoiets ...). Gelukkig is de automatische piloot van het sterke geslacht en verloopt de landing uiterst zacht.
De vrees dat de bagage ergens onderweg de spreekwoordelijk boot zal missen blijkt ongegrond, want bij het opstappen richting Doha worden we gerustgesteld dat onze gewrapte zakken meevliegen. De 7 uren wachten in Doha duren laaaaaaaaaaang, vooral omdat we nergens een rustig plaatsje vinden om onze benen te strekken en een tukje te doen (het tapijt in de plaatselijke moskee leek nochtans aan alle voorwaarden te voldoen). Halverwege de nacht kunnen we dan toch aan de laatste etappe beginnen en tegen de ochtend begint het vliegtuig aan de landing in Kathmandu.
Het decor is al prachtig .. we vliegen tussen de bergen, en in de verte lonken de hoge witte toppen van de Himalaya. De prepaid taxi (een auto die in de jaren zeventig nog in Europa heeft gereden) dropt ons met een niet-chauffeur aan een guesthouse waar meme te moe is om nog veel te riposteren. De slechtste kamer nemen we niet, maar de volgende is goed genoeg (geen kakkerlakken was ongeveer het enige criterium). De twee horizontale vlakken om op te liggen kunnen we niet weerstaan en we vallen als een blok in slaap. Tegen de middag staan we versuft op en forceren we ons om de nodige administratie in orde te brengen. We nemen de taxi richting een of andere officiele instantie en na nogal wat knip-, plak- en stempelwerk hebben we eindelijk onze permits voor de trekken.
De rest van de dag dwalen we nog wat rond in Thamel en tegen de avond chillen we nog wat in de tuin van ons guesthouse en eten onze eerste curry. De dag leek eindeloos te duren en meme en pepe kruipen op tijd in bed.

dinsdag 26 oktober 2010

Namaste, the day before

Nog één nachtje slapen en we kunnen eindelijk weer het woordje 'namaste' in de mond nemen. Een nieuw begin na een dag van afscheid en einde. Hoog tijd dus om op vraag van velen de blog nieuw leven in te blazen. Morgen zetten we koers naar het dak van de wereld. We vliegen via Milaan en Doha (voor degenen die geen zin hebben om nu te gaan googelen, Doha is de hoofdstad van Qatar) en komen - hopelijk - op donderdagmorgen aan in Kathmandu, liefst met onze bagage. 

Voorlopig staat de teller van de rugzakken op een kleine 24 kilo (samen uiteraard), maar daar willen we nog een paar kilootjes afpietsen. Pépé ziet vooral winst in de halve apotheek die we meezeulen. Ook mémé haar garderobe zal er aan moeten geloven, want 3 fleecen truien, thermisch ondergoed, een donsjaske en een windstopper zijn misschien zelfs op de Himalaya wat overdreven. Mémé ziet meer heil in een herverdeling van het gewicht (waarbij ze zich deze keer zonder enig probleem vrijwillig laat klasseren bij het zwakke geslacht). 

In Kathmandu plannen we eerst en vooral een paar dagen zen. Wat met een stralende blauwe hemel, veel zon en een slordige 25 graden niet zoveel moeite zal kosten. Een hotel hebben we uiteraard nog niet, want proactief en lange termijn komen niet direct voor in ons vocabularium. "We zien wel" is in deze meer van toepassing. In het weekend nemen we dan een bus richting Besi Sahar, het startpunt voor een trekking in/rond de Anapurna. Op aanraden van kenners, zou dit één van de mooiere trekkings zijn voor een eerste kennismaking met Nepal. We starten in een subtropisch klimaat en lieflijke rijstvelden (wel puffen geblazen met al die fleecen truien!) en klimmen tot op de Thorung La pas op 5400 m. Onderweg lassen we de nodige stops in om vooral te genieten van het uitzicht, de stilte, het imposante ... Los van een kaart en wat tips (en uiteraard een zeer complete medikit) hebben we niets voorbereid. De goede voornemens om de conditie op te krikken met lopen en fietsen, zijn beperkt gebleven tot wat ronddwalen in groot-Mechelen en wat trappenlopen op 't werk om het koffiegehalte op peil te houden :-) 

Met deze blog laten we jullie graag wat meegenieten al hebben we er geen idee van hoeveel internetcafés we onderweg zullen tegenkomen. "We zien wel" of "niet dan hé" :-)

vrijdag 27 november 2009

Rattentempel van Bikaner


We nemen de nachttrein van Jaisalmer naar Bikaner. Met nadruk op nacht, want het ding arriveert blijkbaar om 4 uur 's morgens. We moeten dus andermaal onze wekker zetten om de halte niet te missen... De slaapzaal van het station is volzet en 3 uren op de koude stationsvloer liggen tot het ochtendgloren, is er wat over voor ondergetekende bejaarden. We leveren ons voor de verandering eens over aan de touts, nemen de commissie erbij en vinden een leuk hotelletje voor het astronomische bedrag van 7 eur. Na een verkwikkend slaapje begeven we ons naar de tempel waar sommigen onder jullie al een maand op wachten... de tempel van Karni Mata, beter gekend als de rattentempel.


De tempel is een pelgrimsoord ter nagedachtenis van Karni Mata. Men gelooft dat haar afstammelingen in de tempel reincarneren als heilige ratten. Aan de ingang staan tal van kraampjes met goodies voor de langstaartige knaagdieren. Je kan er ook suikerballen gedrenkt in rattenspeeksel nuttigen voor "good fortune" maar we laten dit godenmaal aan ons voorbijgaan.
Een bezoek aan de tempel kan enkel blootsvoets. Een kruipende rat over je blote voeten is voor vele pelgrims immers de ultieme droom. Met enige weerzin en voetje voor voetje betreden we het heiligdom. Honderden ratten lopen er kriskras door mekaar, piepen uit holen, schuiven aan aan de feestdis en poepen vooral het geheel onder. In sommige ruimtes is de stank niet te harden en we prijzen ons gelukkig met het christendom als godsdienst. Maar het bevreemdende van de taferelen blijft wel bij.
Of hoe mensen aan de ingang bedelen terwijl binnen voor de ratten gekookt wordt ?!? Meme blijft veilig op het binnenplein staan en probeert de grenzen van de tegels niet te overschrijden. Pepe neemt moedig een paar close-ups. Alles voor de foto nietwaar.

Hij slaagt er zelfs in een witte rat vast te leggen en wordt binnen de minuut overweldigd door een troep devoten die dit nog heiligere exemplaar verafgoden. We zullen het met wat minder geluk moeten stellen, want er komen geen beestjes aan onze tenen sabbelen. We hebben dit gebrek aan geluk ongetwijfeld al gecompenseerd met de vele donations van de voorbije weken.

In de namiddag bezoeken we nog maar eens een prachtige jaintempel, deze keer opgetrokken in zandsteen en helemaal beschilderd. Omdat water een veel te kostbaar goed was en is, werd een soort boter gebruikt als cement. Bij hele hoge temperaturen komt de boter omhoog en krijgen de stenen een vettig gevoel. We klimmen, ook nu weer blootsvoets, een paar etages omhoog, ploeteren deze keer door de duivendrek en genieten van een prachtig uitzicht over Bikaner.
Straks gaan we voetjes wassen, nog een hapje eten en dan de nachtbus op richting Delhi. Bijhorend beeldmateriaal vinden jullie morgen.

donderdag 26 november 2009

Jaisalmer - moet er nog zand zijn ?


's Morgens worden we alweer wakker met de wekker, het wordt een slechte gewoonte. Om half 8 vertrekt de jeep die ons een eind in de woestijn zal droppen om van daar verder te trekken op kamelen (we zijn er niet helemaal uit of het nu kamelen dan wel dromedarissen zijn maar ze hebben alleszins maar 1 bult). De 2 gidsen staan ons al op te wachten en na een kwartiertje zitten we al een paar meter boven de grond te waggelen op de beesten. We beseffen al onmiddellijk dat het een pijnlijke affaire voor de respectievelijke achterwerken. Na een half uurtje wisselt meme voor de zoveelste keer van outfit en beseft een kwartier later dat er een stuk mankeert. De kameelmannen vragen bezorgd of het item "important" is, maar zijn blijkbaar niet van zin om voor een sjaal rechtsomkeer te maken. Gelukkig is er eentje bij die nog tammer is dan de kamelen en pepe loopt gezwind een paar kilometer terug om dan toch met buff-je terug te komen. De gidsen (en de kamelen) kijken niet-begrijpend toe.

Na de gedwongen tussenstop maken we van de gelegenheid gebruik om ons achterwerk al wat te sparen en besluiten om het volgende stuk te wandelen. Dus kruipen de gidsen maar op de kamelen, allicht andermaal niet begrijpend waarom we betalen om naast de kamelen te lopen. Het landschap begint stilaan meer en meer te verdorren (typisch voor woestijnen) en tegen de middag stoppen we onder een van de zeldzame bomen. De gidsen beginnen aan de lunch en na een half uurtje smikkelen we al van een superverse en lekkere maaltijd met groentjes, gebakken broodjes, rijst en pasta. Na de siesta trekken we nog dieper de woestijn in, en onderweg zien we niet veel meer dan zand, hier en daar een paar struiken en een zeldzaam hert. Af en toe kruisen nog wat schapen of geiten onze weg.

Het eindpunt is een strook zandduinen die we tegen zonsondergang bereiken. We installeren ons op een hoge zandduin en genieten van de prachtige rode bol die wegzakt aan de horizon.
Ondertussen zijn de gidsen begonnen aan het avondeten, en kondigen prompt de komst aan van de "beerman". Ze hadden het onderwerp "bier" eerder al aangebracht en nu begrijpen we waarom. Het toppunt van de zaak is dat de man in kwestie een moslim is?
"Een job als een ander" is zijn uitleg wanneer hij pepe laat voelen in de zak met ijskoude biertjes. In het midden van de woestijn gelden allicht andere normen en we kopen voor onszelf en de gidsen een fles. Het eten is andermaal superlekker, al vinden we het wat onrustwekkend dat de kok van dienst alleen zijn handen wast na de maaltijd (terwijl hij tijdens de tocht zelf meme de loef afsteekt in het aantal plasbeurten per uur).
Na de maaltijd vertrekken de gidsen "ergens" naartoe en laten ons achter bij het kampvuur. We stellen niet te veel vragen want zijn stiekem blij om eindelijk verlost te zijn van hun gekwebbel. Rond 10u kruipen de oudjes onder de blote sterrenhemel hun nest in. Veel stelt dat nest niet voor, een oude mat (de ras was allicht al een paar jaar kwijt) en een berg stoffige dekens. Maar de sterrenhemel maakt veel goed en na een kwartier snurkt pepe al luider dan de kamelen. Halverwege de nacht blijkt meme nog geen oog te hebben dicht gedaan door de kou en overwoog even om tegen de kamelen te gaan liggen. Ze hield het dan maar op pepe.

Uitslapen zit er ook deze morgen niet in, want om half 8 staan de gidsen al aan ons bed met thee, net op tijd voor de zonsopgang. We klefferen weer een zandberg op (meme loopt ondertussen alsof ze bijna gaat bevallen) en genieten ook nu weer van dezelfde bol. Na het ontbijt zijn wij langer bezig met inpakken dan de gidsen met het pakken en zadelen van de kamelen. We volgen, na de ietwat pijnlijke ervaring van gisteren, eensgezind de suggestie van de gids om een shortcut te nemen en aldus te kunnen profiteren van een extra lange siesta. Tegen de avond brengt de jeep ons terug naar het hotel en waggelen we richting station voor de nachttrein naar Bikaner.


dinsdag 24 november 2009

Jaisalmer - fort in de woestijn


Maandagmorgen nemen we de expresbus van Mount Abu naar Jodhpur om van daaruit door te reizen naar Jaisalmer, een woestijndorp in het grensgebied tussen India en Pakistan. Onze zogezegde expresbus krijgt gaandeweg meer en meer de allures van een local bus. De driver en zijn maatje houden er - denken we - een lucratieve bijverdienste op na door in elk dorp passagiers bij te laden. De verloren tijd halen we in door in kamikaze stijl over de weg te suizen. Voor de reguliere passagiers zit een stop aan een deftig wc er zelfs niet in. Meme, alias tante tropen, heeft op het vlak van sanitaire wantoestanden al een en ander gezien, maar de enige stop aan het wc-etablissement overtreft alles. In negatieve zin jammer genoeg. We besparen jullie de details. Feit dat zelfs de locals in een ruime boog rond de barak lopen, zegt genoeg. Met een uur vertraging komen we aan in Jodhpur. We willen eerst onze connectiebus boeken om dan nog een bezoekje aan het fort mee te pikken, maar pepe is koppig en maakt een scene in het buskantoor voor 1 euro waarop we prompt aan de deur gezet worden. Daar gaat onze enige kans op een expresbus naar Jaisalmer. Als straf moeten we mee met een deze keer reguliere locale bus die er 6 uren over doet en als een echte boemel om de kilometer stopt. Nogal een tegenvaller voor een afstand van 350 km. Maar wel een meevaller voor pepe die zichzelf een letterlijke afgang bespaart doordat de bus net op tijd een pitstop inlast. De volgende halte was naar verluidt onhaalbaar geweest. Ook hier besparen we jullie de "af"-loop.
13 uur later komen we geradbraakt aan in Jaisalmer en worden onmiddellijk overvallen door een groep touts die ons een tuktuk en bijhorend hotel willen aansmeren. Meme blaft ze af in een mondvol Vlaams en vervolgens rennen we weg.

Jaisalmer is een prachtig woestijnstadje dat gedomineerd wordt door een fort. Het fort is gebouwd in zandsteen en lijkt weggeplukt uit een of ander sprookje. De wal is volledig intact, de torentjes sieren de horizon, de kanonballen liggen nog op de kantelen. Het is een van de weinige - volgens de Indiers het enige - forten ter wereld waar mensen nog effectief in leven. Grote gevaar voor het fort is de bevolkingsgroei en toerisme waardoor er steeds meer water door de het rudimentaire rioleringssysteem van de stad stroomt en het fort stilaan wegzakt.

We bezoeken 2 prachtige Jain tempels met hele fijne figuren uitgehouwen in zandsteen. Voor we het zoveelste paleis bezoeken, laten we ons eens goed gaan bij de Italiaan. Een bruschetta middenin de woestijn heeft wel iets en we zijn blij om eindelijk eens wat vast voedsel te eten na het gelepel van alle locale - overigens voortreffelijke - papjes. We slenteren nog wat door de bazaar, worden pissed op de zoveelste verkoper die "many many colours" aanprijst en pikken de obligatoire sunset mee. Morgen trekken we de woestijn in op een kameel...

zondag 22 november 2009

Mount Abu


Na een relatief korte busrit (+/- 5u) vanuit Udaipur kwamen we aan in Mount Abu, een ietwat residentieel bergdorpje op 1200m. Het plaatsje is maar een paar straten groot en ligt tussen de palmbomen in een prachtig groene omgeving. Er is zelfs een meertje waarop je met een pedalo kan bootjevaren, iets wat meme bij aankomst al onmiddellijk in de planning had opgenomen. Het onderwerp werd echter niet meer aangeroerd nadat we tijdens een verkennend wandelingetje rond het meer al na een paar minuten een joekel (1,5m) van een waterslang opmerkten (pepe was het beest stiekem dankbaar).

Tegen zonsondergang kuierden we naar het zoveelste sunset-point om rustig te genieten van de rust van Mount Abu. Veel rust was er andermaal niet bij .. we werden opnieuw overrompeld door de massa indiers die allemaal "only 1 picture" wilden. Opgeteld kwamen we makkelijk weer aan een paar tientallen poses, vreemde jongens die indiers. Maar we zijn onze VIP status ondertussen al wat gewoon, en op commando van meme splitste de menigte zich ogenblikkelijk zodat we zelf ook nog een foto konden maken.


De volgende morgen stond onze eerste groepsactiviteit op het programma .. een "trekking" door het lokale gebergte, met gids. Qua groep viel het alleszins best mee want buiten onszelf ging er alleen een hooggepensioneerde Oostenrijker mee op pad. De arme man kreeg al onmiddellijk een stok in de handen geduwd, maar zijn verontwaardiging verdween toen bleek dat het ding diende voor als je een beer tegen het lijf zou lopen. In dat geval moet je blijkbaar nog meer lawaai maken dan de beer zelf, een non-issue als je meme mee hebt.

Wat je dan met die stok moet doen, werd er niet bij gezegd, ook niet toen bleek dat we de enige waren die zo'n ding meezeulden. Een beer hebben we niet gezien, maar de gids heeft er wel eentje in de dichte begroeiing gehoord (wij vermoeden echter een slimme truuk waarbij her en der een indier verdekt staat opgesteld). Onderweg zagen we wel een klein baby-krokodilletje, een blauwe slang, een paar buffels en natuurlijk de obligate apen. Het blijft jammer van de niet-beer maar de wandeling was na de hectiek van de voorbije weken een aangename verademing.


Op de terugweg dropte de gids ons aan een paar Jain tempels (je weet wel, die van de vliegen). De tempels zijn 1000 jaar oud en volledig uit marmer. De buitenkanten van de tempels zijn uiterst sober en je vermoedt een even schrale binnenkant aan te treffen, maar het tegendeel is waar .. de zuilen, de muren, de deuren, de plafonds zijn tot in de kleinste details schitterend uitgehouwen, en bleven al die tijd prachtig bewaard. We kregen van de zoveelste niet-gids een omstandige uitleg, jammer genoeg in een taal waar we geen fluit van begrepen. We bleven dus maar braaf knikken tot de man was uitgepraat. Het obligate stukje over 'donation' sprak hij dan weer in vloeiend Engels. Foto's kunnen we jammer genoeg niet tonen want camera's waren verboden. Net als een menstruerende vrouw trouwens .. die "may suffer" ?!?

We namen een padje richting hotel waarlangs nog een andere tempel lag. Meme zag er tegenop om de 365 trappen te doen maar dat veranderde toen we een mannetje op krukken naar beneden zagen komen. Boven eigenlijk niks speciaals .. de zoveelste pop-met-doek-en-bloemen, maar wel een prachtig zicht op de streek. We kwamen net voor zonsondergang weer op dezelfde sunset-plek als gisteren. Met onze ervaring van de dag ervoor nog vers in het geheugen bleven we deze keer op veilige afstand en keken vanop een hoge rots naar de zonsondergang en de hectische taferelen beneden. We lieten de eer van VIP deze keer graag aan een ander.


Zoveel wandelen op een dag werkt op de maag en we lieten ons nog eens culinair gaan. We bestelden een all-you-can-eat thali (een soort indische dagschotel met allerhande lekkers) waarbij ze om de paar minuten met een paar emmers langskomen om bij te scheppen. Zelfs pepe moest na een tijdje opgeven en op het einde bedroeg de rekening net geen 3 euro (samen welteverstaan). Het wordt binnenkort weer wennen aan de Belgische prijzen ... een vismarktje zal nooit meer hetzelfde zijn.
Morgenvroeg nemen we de bus naar Jodphur waar we in de namiddag even gaan ronddwalen in het fort, om 's avonds al verder te trekken naar Jaisalmer. Binnen een paar dagen zitten we midden in de woestijn ...

vrijdag 20 november 2009

Udaipur - stad van James Bond


We veroorloven ons eens wat luxe en boeken een "sleeper" van Ajmer naar Udaipur. We zijn verrast over het lage tarief van het ticket, 5 eur per persoon. De volgende dag zijn we al een pak minder verrast... De slaapbus bestaat uit een rij zetels voor de minder fortuinlijken. Daarboven bevinden zich de afgesloten slaapcompartimenten. Met andere woorden, bagagerekken met matras erin en deurtje ervoor (er bestaan ook varianten met gordijntjes). Ons hok heeft geen trapje en via zetels en armleuningen heisen we ons gezwind omhoog. Rechtzitten in het slaapgedeelte is geen optie. Gaan liggen al evenmin, want de beschikbare lengte is afgemeten op de gemiddelde Indier. Pepe die al enkele weken laaiend enthousiast is eens boven de medemens uit te steken en eindelijk eens letterlijk te kunnen neerkijken op de meute, wringt zich in een S-houding en valt prompt in slaap. Meme verliest het gevecht met een niet-sluitend raam en komt niet verder dan een occasionele snooze tussen 2 verkeersdrempels door. We arriveren om 5u 's morgens en missen voor het eerst de drukte en het getoeter. De straten zijn leeg, alles is dicht en stil en er zit niks anders op dan te wachten tot zonsopgang.


Udaipur is een schitterend stadje aan een meer (deze keer wel met water). Ooit werd hier de James Bond film 'Octopussy' opgenomen. Vanuit onze guest house hebben we een prachtig zicht op de ghats en het city palace. We zijn voor een keer op tijd voor de zonsopgang, hehe! In het midden van het meer ligt het lake palace, een voormalig maharaja paleis, nu een 5-sterrenhotel. Het witte paleis lijkt op een halfgezonken schip en weerspiegelt als een diamant in het meer.
We starten ons bezoek aan Udaipur met een verplichte dosis steen-toerisme. Ook hier weer zijn de verschillende tempels en paleizen architectonische pareltjes. Marmer, spiegeltjes, goud en de mooiste uitgehouwen mythologische en religieuze figuren zijn constanten.

Ook de steeds terugkerende 'ticket-ceremonie' is een constante. Er zijn ticketten voor Indiers, voor buitenlanders, voor fototoestellen, videocamera's, audiogidsen... Ongeveer een meter voorbij het loket vind je de eerste 'ticketcontroleur'. Het hele pakket wordt kritisch bekeken en voorzien van een gaatje. Een drietal meter verder (vaak bovenaan een trap) maak je kennis met de tweede controleur die een scheur geeft net boven of onder het gaatje. Nummer drie scheurt een strookje af en in de ideale situatie wordt deze vergezeld van een lieftallige dame die de strookjes ordent (aparte kleur en groottes voor personen en camera's), telt en in een doosje klasseert.
's Avonds pikken we nog een gecommercialiseerde zonsondergang mee aan het sunset point. Halverwege de rit valt de tuktuk stil en we moeten nog behoorlijk doorstappen om de zon te zien zakken samen met een paar dozijn Franse en Hollandse toeristen. Doe ons dan maar de bergen...

Vrijdag zetten we onder lichte dwang van pepe eens geen wekker. We nemen een tuktuk en verkennen de streek rond Udaipur. Eerste stop is een soort Pere La Chaise voor maharaja's. In functie van belang (en budget allicht) krijgt elke overleden maharaja een eigen gedenksteen of mini-mausoleum. Het geheel straalt rust uit en we dwalen wat rond tussen de koepeltjes.
Vervolgens tuffen we met onze tuktuk een berg over (en krijgen het af en toe koud en warm tegelijk als camions in een bocht en bergop mekaar voorbijsteken) en genieten van het Indiase platteland. De tempel die we willen bezoeken, sluit echter net zijn deuren.

Op de volgende stop hebben we meer geluk: een schitterende tempel uit de 10de eeuw in perfecte staat. De bogen en sculpturen zijn onwaarschijnlijk fijn afgewerkt. Meme vereeuwigt het geheel op de digitale plaat tot grote ergernis van pepe die zich afvraagt waarom er na alle windrichtingen ook foto's uit de tussenliggende richtingen moeten genomen worden. Ook de foto's met zelfontspanner met verschillende achtergrondjes en bijhorende lach wekken de nodige ergernis op tot pepe dreigt de batterij in de struiken te gooien ... een doeltreffend argument :-)
We dwalen nog wat door de bazaar "come, many many colours", "many variety", "many more inside", "good price, good quality", "looking free" en genieten dan van een dosis zen op het zonovergoten rooftop terras van ons hotelletje. 's Avonds pikken we nog een show met traditionele dansen mee, opgevoerd in een authentieke haveli, we verorberen de zoveelste curryvariant en morgenvroeg zetten we de wekker voor de bus naar Mount Abu.

woensdag 18 november 2009

Ajmer

~ ~ ~ Vooreerst driewerf hoera voor de verjaardag van neef Werner ~ ~ ~


Op weg naar Udaipur stoppen we voor een bezoekje aan Ajmer, een van de heiligste plaatsen voor moslims in India omdat er hier ooit een belangrijk exemplaar de geest liet. De tuktuks mogen/willen/kunnen de moslim wijk niet binnen en droppen ons aan de gate. Hoe dichter we de moskee naderen, hoe meer sukkelaars op ons afkomen .. sommigen strompelen, anderen kruipen en een paar rijden op een plank met wieltjes. India is een land van uitersten.
De moskee is zo zwaar beveiligd dat zelfs fototoestellen niet binnen  mogen. Pepe kan dus op blote voeten 3 straten drek doorploeteren om het fototoestel in bewaring te geven. 'Respect' en 'donation' blijken telkens weer universele godsdienstige waarden want na 5 minuten zitten we al bij een eenogige imam die prompt het donation formulier invult. We vragen wat bedenktijd en maken ons snel uit de voeten. We willen de boel hier niet laten ontploffen.

Na zoveel miserie besluiten we ons te wagen aan een wat bravere jain tempel. De Jain geloven immers nog dat de aarde een platte schijf is en stoppen zelfs met ademen als er vliegen  in de buurt zijn om niet per ongeluk eentje binnen te zuigen. Veel hebben we dus niet te vrezen en we krijgen gelijk want buiten de entree moeten we niks betalen. Zelfs niet aan de niet-verkoper, een ras verwant met de niet-gidsen, die gewillig, gratis en geheel vrijblijvend, uit eigen werk toont. We nemen hem op zijn woord en bollen  het deze keer af zonder ons te laten inpakken. Genoeg religie voor een dag, dus een bezoek aan een hier uiterst zeldzaam kerkje skippen we dan maar.


We wandelen verder naar een meertje in de hoop wat rust te vinden. Dat blijkt een onmogelijke opgave. Een blanke meme  en  pepe zijn zo mogelijk een nog grotere attractie dan de moskee en de jaintempel samen? Om de paar minuten worden we vriendelijk gevraagd of we mee op de foto willen met de een of andere local en zijn entourage. Heel even voelen we mee met de hollywood-stars. We hadden ons misschien toch beter verstopt in de biechtstoel van het kerkje?
Na de zonsondergang vluchten de celebreties weg in de anonimiteit van een soortement wegrestaurant. De mogelijke gevolgen van de maaltijd laten misschien toch nog een gebruik van de medicamenten vermoeden (veel beterschap aan de zieken in belgie!). Hopelijk heeft de nachtbus een toilet aan boord ...




Pushkar

Zondagavond schuiven we een tweede keer aan voor de filmtickets. Ook hier weer een aparte, opmerkelijk kortere rij voor ladies, dus meme kan tussen het volk gaan staan. Deze keer slagen we er in om een plek te bemachtigen in de diamond box, soort VIP-suite bovenin de zaal. De cinema zelf is schitterend, de film is abominabel slecht. Niet dat we er ook maar enig woord van begrepen hebben. Het koldergehalte deed het ergste verhopen: personages die in het water vallen, gaan zitten op roomtaarten, een rake mep uitdelen aan de verkeerde persoon... en dit alles in een nepdecor. Los van een tuktuk in het straatbeeld, kan je India totaal niet herkennen. Maar het publiek is wel laaiend enthousiast. Lachen, applaudiseren, oh's en ah's... Bij de pauze houden we het toch maar voor bekeken. Het is ook al ver na bedtijd voor de ondergetekende bejaarden. (dat het hotel en de wijk hermetisch worden afgesloten om 23u komen we te weten als we net op tijd aan het checkpoint arriveren).

Maandag nemen we de bus naar Pushkar, het Rome of Mekka van de Hindu's. Het stadje ligt aan een heilig meer, waar de god Brahma ooit een Lotusbloem liet vallen. Elke Hindu moet hier minstens 1 keer in zijn leven een bad komen nemen. Jammer genoeg zit een duik in het meer er niet echt in, want het water is weggepompt voor uitgebreide baggerwerken (3 man met schop en mand, dus de werkzaamheden zullen
nog wel enige tijd aanhouden). Gelukkig zijn er afgebakende ghats (baden) waar pelgrims nog de rituelen kunnen doen. We laten ons een roos aansmeren (gratis) uit 'respect' en om te bidden voor 'the family'.

Een priester leidt ons naar de rand van een ghat. We nemen een handvol water, de brave man doet er wat rozenblaadjes in en ondertussen moeten we wat Hindu/Engels nabrabbelen, nog altijd uit 'respect'. De ceremonie duurt zolang tot meme in het mantra de woorden 'I', 'give', 'donation', 'of', '10 000 rupees' herkent. Meme weigert het zinnetje uit te spreken en moet prompt het heilige water terug in de put gooien. Tot zover het respect. We komen ervan af met 200 rupees en een lintje rond de arm dat toegang geeft tot alle tempels (die op zich gratis zijn, maar bon). Voor een oranje bol op het voorhoofd hadden we allicht meer respect moeten tonen.

Pushkar op zich is wel een heel gezellig stadje. Tempels, kleine hotelletjes en bazaars wisselen elkaar af. De verkopers zijn veel minder opdringerig en ook deze aanpak werpt zijn vruchten af, want we laten ons alweer veel te veel aansmeren. We maken er ook een sport van om aan andere kraampjes de prijs te vragen van reeds gedane aankopen, maar pepe voelt zich zodanig gefrustreerd dat we hier toch maar mee stoppen.


In de namiddag - op het heetst van de dag - klimmen we naar een tempeltje op een heuveltop. We hadden nochtans beter moeten weten, want tussen 12 en 16u houden de Hindoegoden een siesta (na hun lunch). Het hindoeisme is toch een vreemde godsdienst met ettelijke goden en avatars. Onmogelijk bij te houden wie onder welke gedaante verschijnt. De tempels worden bewaakt door de brahmen, of de priesters van de hoogste kaste. In de tempel zit dan een plastieken of gipsen pop van de olifanten of apengod (absolute favoriet van pepe), versierd met oranje en rode anjers. De poppen krijgen 3 keer per dag eten (een luxe die vele indiers niet kennen) en aan het volume van de priesters te oordelen, vermoeden we dat de goden meestal hun bord niet leegeten.
's Avonds laten we ons eens verwennen met een Ayurvedic massage, een lokale marketing term voor wat energie-gevend gepotel. Meme krijgt aan het einde nog wat extra energie toebedeeld in de vorm van een knuffel met bijhorende 'oooooommmmmmm'-geluiden. Bij pepe wordt dit gedeelte geskipt en vervangen door wat extra energetisch gefriemel aan de tenen. De wet van behoud van energie ging dan toch niet helemaal op want  meme viel als een blok in slaap.